Lappenmand

Het voordeel van drie keer binnen een week naar het ‘hospital’ moeten, en het noodgedwongen een beetje rustig aan moeten doen, is dat ik heerlijk in de leesmodus zit. Het kostelijke boek (1) dat mijn vader begin vorige week naar Brava heeft meegenomen, is al uit. En vandaag ben ik, buiten op het wachtbankje bij de medische post, in het boek (2) begonnen dat mijn jongste dochter een paar weken geleden heeft achtergelaten (“Ik wil het wel terug, hoor, want het is een heel mooi boek!”). Antibiotica maakt slapjes, dus ’s middags ga ik even lekker liggen, mét boek. Ondertussen hoor ik, dankzij mijn nog immer verstopte oor, het bloed-met-chemische-toevoeging door mijn lijf suizen – ik word vast snel weer beter… Ik heb wat nare ontstekingen rondom mijn rechterpols, maar gelukkig een helpende hand in de vorm van mijn lieve vader. Hij kneed het pizza- en brooddeeg volgens mijn aanwijzingen, hangt de was op en dopt de boontjes.

Ondertussen is het snoeiheet.

Ondertussen is het supergezellig!

  • 1. Moord op de moestuin, van Nicolien Mizee
  • 2. De Vlamberken, van Lars Mytting

Keek op de week?

In augustus ging ik voor vijf weken naar NL, in september kwam ik met jongste dochter terug naar Brava, in oktober zwaaide ik haar uit op het eiland Santiago, na een laatste weekend samen op de bounty beach van Tarrafal. Toen legde Erick de laatste timmer- en assemblagehand aan de inrichting van de ‘sociale winkel’ van onze vereniging Dorpsbelang Fajã d’Água en wilde hij, na maanden timmeren voor anderen en vijf weken in z’n uppie op ons landgoed de honneurs waarnemen, wel eens iets voor zichzelf, dus besloot hij de Kaapverdische eilanden São Vicente en Santo Antão te gaan bezoeken. Op de terugweg zou hij dan mijn vader opwachten op het vliegveld van Praia. (Op de foto hieronder zien jullie hoe Erick vaardig de laatste hand legt aan het ladenblok annex kassameubel voor onder de toonbank van de winkel)

Timmerman Erick

Kortom: we hadden heel andere dingen aan onze respectievelijke hoofden dan Keken op weken schrijven. Komt daarbij, dat de computer het begeven heeft, evenals dat kleine handige fotocameraatje.
Dat ik momenteel geregeld weer schrijf, komt dus omdat ik alleen thuis ben, en gevoelsmatig voor ’t eerst sinds begin augustus weer tijd heb voor dit soort dingen, inclusief het omslachtig verplaatsen van telefoonfoto’s naar de ‘nieuwe’ oude computer.

Terwijl ik zo’n beetje voor me uit zit te typen, werp ik af en toe een blik op de website van Marine Traffic, om te zien of de boot met mijn vader en Erick aan boord al zo langzamerhand Brava nadert. Nee, ze liggen nog in de haven van Fogo. Vanaf daar is ’t nog een half uur varen, en dan nog een uurtje met de auto van Carlos. Een hele lange dag van wachten en verplaatsen voor de mannen. Dat geeft mij nog even tijd om wat foto’s van afgelopen weken voor jullie bij elkaar te zoeken…

 

Hartige maïskoeken

Deze hartige maiskoekjes maak ik geregeld, als ontbijt, lunch of tussendoor. Ik heb het ooit gevonden in ‘Het Erotisch kookboek’ en het enigszins aangepast aan de omstandigheden hier. Snel en smakelijk. ‘Koppen’ vind ik prettiger dan gewichten, ’t gaat immers om de verhouding en gemak dient de mens.

1 kop grof maismeel
1/2 kop bloem en 1/2 kop fijn maismeel
1/2 kop melk, of iets meer als dat nodig blijkt
2 grote eieren
Flinke hand vol verse groene kruiden, bijvoorbeeld peterselie, basilicum
Voor de liefhebber: chorizo in kleine stukjes, of verkruimelde geitenkaas

Bovenstaande ingrediënten in grote kom mengen. Op smaak maken met peper en zout.
Dan een grote klont boter in de koekenpan smelten en de gesmolten boter door het mengsel roeren. Het beslag is nu klaar om in kleine porties in diezelfde koekenpan te bakken. Zelf doe ik 3 of 4 koeken per lichting. Een soort 3-in-de-pan dus.

Als extra smaakmaker vind ik een kloddertje hot chily sauce (chicken dip) erg lekker bij.
IMG_0061

Ochtendkrant

Het is half elf ’s morgens. De koffiekan is leeg, de aanloop heb ik net weggestuurd met de woorden, dat ik ook nog wat te doen heb vandaag. Maar het was weer geweldig.

Het begon zo goed en voortvarend, om kwart voor zes vanmorgen. Mijn favoriete Duitse kleuter en zijn vader uitgezwaaid, de wasmachine aan en daarna rustig koffie gezet. Halverwege mijn eerste kop kwam Alex de berg op. Een nieuwe ster aan het firmament alhier: een jongen van 15 van elders op ’t eiland. Hij hoort bij niemand, maar is door sommige dorpsbewoners geadopteerd om klusjes voor ze te doen. Net zoals honden worden hier soms ook kinderen weggedaan… Ik eet samen met hem een halve papaya en we babbelen wat over geiten enzo. Dan vraagt hij of ik hem wil leren melken. Ik kijk hem onderzoekend aan, want weet bijna zeker dat hij onzin praat. Iedereen hier kan immers melken. Dan gaan we samen naar de geiten en hij staat me op m’n vingers te kijken. Opeens snap ik het: hij wil gewoon eens zien of ik écht zelf m’n geiten melk, want dat is elke keer onderwerp van zijn gesprekken met mij – of ik echt zelf voor mijn dieren zorg (en of hij dat niet van mij over kan nemen). Dus zeg ik: nu je hier toch bent, kan jij wel even die andere geit melken. Geen probleem. En dan werk ik hem zonder veel omhaal de berg weer af. Doei! ‘En gooi onderweg even deze emmer leeg in de voerbak van het varken’.

Even achter de computer met de tweede kop koffie. Krantenkoppen van NRC en Volkskrant lezen. Klopklop. Eduardo staat voor de deur, om een sigaret en om wat winkelopbrengsten af te dragen. Hij heeft komkommerzaad verkocht. Natuurlijk moet hij even zitten, de sigaret oproken en wat laatste nieuwtjes vertellen. Dan stapt Lena met zoontje Edu de binnenplaats op. ‘Ik denk dat vanmorgen de commandant van politie naar ons dorp komt’, zegt ze cryptisch. Eduardo en ik kunnen niet anders dan vragen waarom. Lena gaat er eens goed voor zitten, terwijl ik haar koffie inschenk. Ze vertelt hoe ze vanmorgen vroeg met de politie heeft gebeld, aangaande een dorpsgenoot.
Sinds ruim een jaar woont in ons dorp een aangespoelde Pool met eigenzinnige ideeën. Hij gaat er prat op veel te weten over gezondheidszorg, maar inmiddels loopt hij al weken met vreselijke wonden aan zijn benen. Ontstoken muggenbulten, die door de hoge luchtvochtigheid van het regenseizoen kraters hebben geslagen in scheen en voet. Hier begint iedereen al te gillen als je een krasje van een tak op je arm hebt, laat staan de zorgen die men zich maakt over de steeds groter en griezeliger wordende wonden van Papay de Pool. Lena kon het niet langer aanzien en heeft de politie gebeld. ‘Want straks ligt ie dood in z’n huis en dat mogen we niet laten gebeuren. Iemand moet wat doen…!’

Ik klap voor haar. Eduardo en Lena bediscussiëren dat ze best snappen dat hij zal schrikken van politiebezoek. Hij is hier immers clandestien, dat weet iedereen. Maar ja, een dorpsgenoot in z’n sop gaar laten koken, dat doe je nu eenmaal niet.

Ik woon hier graag.

 

Verstopt

Sinds een paar weken is mijn linkeroor verstopt. Erg verstopt. Dus druppel ik een paar dagen met olijfolie en vervoeg me dan bij het hospital van Brava. Ik koop voor een euro een consultbriefje voor de verpleegster en ga braaf in de wachtkamer zitten. Anderhalf uur later ben ik aan de beurt. De dienstdoende dokter is dan inmiddels klaar met zijn patiënten en zit gezellig bij de verpleegster in de spreekkamer. Hij werpt één vlotte blik in mijn oor, slaat zijn ogen ten hemel en schrijft een recept uit voor oordruppels. En dat ik dan 5 dagen later terug mag komen voor de lavage, het uitspuiten. Ik sputter tegen, dat ik al een aantal dagen braaf olie in m’n oor laat lopen, dus dat dat uitspuiten wat mij betreft direct wel kan… ‘Olijfolie?!’ De dokter gelooft zijn oren niet. Resoluut stuurt hij mij de deur uit met het recept.
De apotheker bekijkt het recept met verbazing. ‘Dat middel is op heel Cabo Verde niet verkrijgbaar!’ ‘Weet u dan wellicht een alternatief?’ probeer ik. ‘Jawel, maar dat heb ik momenteel niet. Er is al een poos geen vrachtboot op Brava geweest’, verklaart ze. ‘Misschien morgen, of overmorgen’.
Ik laat het recept en geld achter bij de bevriende barjuffrouw in het kroegje naast de apotheek. Of zij nog eens bij de apotheek binnen wil lopen deze week en de druppels dan mee wil geven aan de schoolbuschauffeur. Want zo gaat dat hier.

De rest van de week komt er geen boot naar ons eiland. Het is een beetje rommelig momenteel wat betreft de bootverbindingen, zullen we maar zeggen. Een dove week later ga ik nog maar eens met goede moed naar Vila. Nog steeds geen succes bij de apotheek. De bevriende barjuffrouw geeft me het geld en recept terug en ik loop naar de apotheek van het hospital. ‘Hebben jullie misschien…?’ Lala kijkt en roept uit: ‘Hoe kan de dokter dat nou voorschrijven?! Dat middel is op Cabo Verde niet verkrijgbaar!’ ‘Ja, dat weet ik, maar misschien heb je een alternatief?’ ‘Nee, ga maar aan de dokter vragen hoe ’t verder moet.’
Ik zie de overvolle wachtkamer, want het is maandagochtend en vlak voordat het spreekuur begint, en ik zie in gedachten mijn dag wachtend voorbij gaan… Ik besluit ter plekke om vol enthousiasme door te gaan met m’n eigen remedies en later deze week nog eens langs te lopen. Maar dan wel met vriendin Lena. Die weet wel hoe ze even een snelle vraag kan stellen in een wandelgang. Zelf heb ik niet die bravoure, door mijn 75% Kriolu-kennis. En door mijn ruim gehalveerde gehoor.

Vanmorgen was het dan zover: samen met Lena naar Vila Nova Sintra. Lena babbelt wat links en rechts. Ik heb haar van tevoren alles omstandig uitgelegd en dat in NL de doktersassistente oren uitspuit, dus dat ik volgens mij niet naar de dokter zelf hoef. Het is vlak voor het spreekuur begint en de wachtkamer zit halfvol – een man/vrouw of twintig. Lena klopt op de deur van de verpleegstersspreekkamer. Na twee keer kloppen, met een bescheiden tussenpoos, gaat de deur open. ‘Kom mee’ gebaart Lena met haar hoofd. De dienstdoende verpleegster luistert naar Lena’s en mijn verhaal. Ik laat het recept zien. Zij pakt een orenkijker. ‘Oeps, dit kan je écht niet zelf oplossen. Dat moet écht met die druppels…’ Peinzend kijkt ze haar collega aan. Die krijgt opeens een ingeving: ‘Volgens mij heeft mijn man daar nog een half flesje van. Ik zal hem op zijn werk bellen, en als hij vanmiddag thuis komt lunchen, dan kan hij dat flesje even pakken en naar het ziekenhuis brengen.’ Want zo gaat dat hier… Iedereen kijkt opgelucht. Ik ook, nadat Lena het mij nogmaals heeft uitgelegd. Het tweedehands flesje zal met de schoolauto of met Carlos worden meegegeven, en dan mag ik volgende week terugkomen voor de ontstopping.

Tot zover.

Buurmeisje

P1100575

Leuk, zo’n nieuw buurmeisje: de nieuwe aanwinst van Appa. Ze is Nishin gedoopt en vindt het heel gezellig bij ons op de berg, want hier is altijd iemand thuis en er zijn nog vier andere honden. Vooral Blaze is favoriet; die goeiige lobbes laat geduldig met zich sollen, tot hij het zat is en opstaat. Dan kan Nishin nergens meer bij en gaat ze maar braaf op haar rug liggen – vermoorde onschuld spelen.

Charmante foto hè, met haar poot in het doucheputje en haar neus tegen dat dingetje dat op ’t putje hoort te liggen: lekker koel, bij ons in de badkamer. En kleine puppies moeten vooral heel veel slapen (net als de rest)…