De andere kant

Al die beestjes rondom het huis zijn fijn, nuttig en gezellig. De andere kant van de medaille is als er opeens een ziekte uitbreekt. (Inmiddels weten we dat allemaal…) Hier in Ons Dorp Fajã d’Ágau, Brava, brak opeens de pokkenziekte uit, bij de kippen. Het duurde een paar dagen voordat we het in de peiling hadden. Maar toen kwam buurjongen John vragen of ik het telefoonnummer van dierenarts Zem had. Zijn kippen hadden opeens een ziekte die hij alleen maar kende van de duiven… Toen viel het kwartje. En bij navraag, later, bleken ook de kippen van Bibi en van buurman Beitu bleken de pokken te hebben.
Geïnstrueerd door dierenarts Zem hebben John en ik een paar dagen achter elkaar alle onze gezamenlijke kippen en kuikens behandeld. De eerste dag alle koppies insmeren met slaolie en vervolgens proberen de pokken weg te krabben. De volgende dag weer korstjes wegkrabben en de koppies insmeren met alcohol of betadine. Indien nodig herhalen.
Gelukkig knapten het twintgtal van John en onze vijftien volwassen kippen + haan snel op, maar de kuikentjes hebben het op één na allemaal begeven.

Geitengemèkker

Ik denk, dat ik dit de spannendste tijd van het jaar vind: geitenbuiken die steeds maar dikker worden, en dan m’n best doen om die baby’s er uit te kijken. Ik word gek van mezelf, terwijl Erick me bijna dagelijks bezweert, dat geduld juist één van zijn grote talenten is. Dat een meubelmaker/imker/scheepsrestaurateur ’t niet ver zou schoppen zonder die kwaliteit. Nou, Erick, laat ik je dit vertellen: een Marijke zou het niet zo ver geschopt hebben als ze alle geduld van de wereld had gehad. Ik ben meer het ongeduldige, vooruit-met-de-geit, sping-in-het-diepe, gáán! en doe-maar-wat type. Maar ten aanzien van geitendraagtijden en -bevallingen heb ik daar niet zo heel veel aan. Dus ik zit veel in het geitenhok, spreek de dames moed in en vertel ze, dat ze ‘het’ los mogen laten, leg dagelijks m’n handen op die prachtige buiken om het zinderende leven daar binnen te voelen. Laat me maar…

Vorige week zijn we op kraambezoek geweest bij Chocolat, de chocoladebruine geit die vorig jaar bij ons vandaan naar Diminga (Appa’s moeder) is verhuisd. Nooit heeft ze ons geitjes gegeven, alleen maar bokjes, steeds twee aan twee. En wat doet ze de eerste week van dit nieuwe jaar: ze zet maar liefst drie (3!) mooie geitjes op de wereld!



Gezellig!

De kerstvakantie is bijna ten einde, en wat wás het gezellig.
Kerstavond met onze Italiaanse huurster Cristina en haar Engelse collega. Kerstdag met een Kaapverdiaanse collega die twee eveneens Kaapverdiaanse vriendinnen op bezoek had op Brava. Vervolgens heuse gasten, uit Portugal, en helemaal zin om deze aardige mensen een onvergetelijke dag Brava te bezorgen (ze hadden per ongeluk maar twee nachtjes = 1 dag Brava in hun reisplannen opgenomen…). En dat betekende eveneens een gezellige poetsdag samen met m’n kleine vriendinnetje Silene. Toen Kaza Pikinoti schoon was, hebben we álle fotokalenders van de afgelopen jaren samen bekeken: wat een schat aan belevenissen!

Oudejaarsdag kwam de enige andere Hollandse op Brava, Gerda Twee, in ons Kaza Pikinoti logeren en hebben we genoeglijk gescrabbeld. En samen met Cristina en alle honden heb ik gister een heerlijke middag gewandeld richting Portete. De weg is daar een beetje ingestort, dus zijn we niet tot het strandje gelopen maar naar een andere magische plek, om te badderen, lezen en ‘dingen’ te zoeken (ik, altijd). Nog meer foto’s dus!

Keek op weken

Leven aan het einde van de wereld heeft zo z’n voordelen. Zo heeft Corona hier op Brava, Cabo Verde, uitsluitend tussen half oktober en half november een kleine rimpeling veroorzaakt, met 22 besmettingen die snel en zonder complicaties weer overwaaiden. Toeristisch was het eiland Brava nooit, dus de lokale economie ondervindt nauwelijks tegenslag, op die paar uitbaters van pensions en hotelletjes na. Iets om dankbaar voor te zijn. Nationaal gezien zijn de effecten veel groter – dat dan weer wel. Na de ‘independençia’ van Cabo Verde in 1975, heeft de overheid ingezet op de ontwikkeling van Kaapverdië als toeristische bestemming. Nu wordt dan ook serieus gekeken naar de ontwikkeling van andere sectoren, om leven in deze archipel mogelijk te houden. Dat is alleen maar goed. En dat reislustigen de mooie Kaapverdische eilanden in de toekomst weer zullen gaan bezoeken, staat ook als een paal boven water.

Ons dorp
Hier in Ons dorp op Brava, Cabo Verde, voltrekt het leven zich zoals ’t ongetwijfeld al decennia gaat: ruim honderd nauwelijks opgeleide, zelfvoorzienende dorpelingen doen hun dagelijkse dingetje om te overleven. Jagers & verzamelaars. Vissers & keuterboertjes. Burenhulp & ruilhandel.
Wij passen daar mooi tussen. Ach, wat passen we daar al acht jaar mooi tussen.
Maar nu is het tijd voor nieuwe avonturen. Alles kriebelt en trekt. Vooral mijn familiebanden; alles in mij wil, móet, dicht bij m’n familie zijn. En Erick reageert: ‘Ik ben ook wel weer toe aan wat nieuws’. Dus fantaseren we ons een weg terug naar het ándere eind van de wereld. Naar Nederland.

Kaza di Zaza te koop
Nou zeg, wat schrijf ik nu?! Ja, je leest het goed. We komen terug. Huis en bedrijf staan te koop en de eindeloze dagen vullen zich met gedachten, ideeën en gesprekken over de toekomst. Ondertussen planten we boompjes (hoe meer hoe beter), gaan we naar bruiloften en begrafenissen, genieten we van de zwangere geiten, mooie nieuwe kipjes, behulpzame buurjongens, maracujawijn en het leven in korte broek. Zo lang het nog duurt.

Plannen?
O, dat betekent dus ook, dat je een beetje vaart moet maken als je ons paradijsje hier wilt beleven terwijl wij hier nog rondlopen. Al is dat een nagenoeg onmogelijke opgave, nu we net allemaal dit jaar hebben geleerd dat plannen maken een luxe activiteit is…

Voor deze donkere dagen wens ik iedereen licht, warmte, veerkracht en toekomstdromen.


Nest

Al weken was ik op zoek naar het nest van de Nieuwe-Grijze-met-het-kuifje.
Na de laatste grote regenbui, in september, hebben alle kippen aan de vrijheid kunnen ruiken. Er stortte een stukje berg in, waardoor de deur van de kippenren een maand niet meer sloot. Toen alles weer gerepareerd was, bleven drie kippen en een haan dagelijks ontsnappen; via het nachthokdak naar het hoger gelegen terras, vrolijk scharrelend tussen kippen- en geitenweide, onder het keukenraam.
Het waren de jonge kippen, van maart 2020, en precies oud genoeg om eieren te gaan leggen. En dat deden ze voortvarend. Ik raapte elke dag hun eieren, maar op een gegeven moment had ik het gevoel dat ik er een paar miste. Plus Die-Ene-Nieuwe-Grijze. Al gauw ontdekte ik haar achter de houtstapel, naast Erick’s werkbank. En drie weken later zette ik haar met 5 kuikens in het opgroeihok.
Maar inmiddels was haar zus, de Nieuwe-Grijze-met-het-kuifje, ook spoorloos. En tot mijn grote frustratie kon ik díe nergens vinden. Wel noteerde ik op de kalender op welke dag, drie weken na haar verdwijning, ik haar met kuikens terug verwachtte. En zo stond ik vorige week, vanaf vrijdag, elke dag op de uitkijk. Met m’n hoofd een beetje scheef, omdat dat beter luistert: ‘Hoor ik ergens een kuiken piepen?’

Zo ook zondagochtend. Maar ik hoorde of zag nog steeds niks. Ik liep weer eens (voor de duizendste keer) onderlangs de plek waar ik haar vermoedde. Macho in mijn kielzog, natuurlijk. En opeens stond mijn trouwe viervoeter verwoed te snuffelen. Ik kijk. En zie een paar halve, lege eierdoppen liggen. Ik kijk nog eens en zie een halve eierdop tegen de muur hangen… en opeens sta ik oog in oog met de Nieuwe-Grijze-met-het-kuifje. Gevonden!

In de loop van die zondag viel er af en toe nog eens een eierdop naar beneden. Tussen het uitkomen van het eerste en het laatste ei kan wel 24 uur zitten, dus moest ik m’n nieuwsgierigheid nog een dag bedwingen. En maandagochtend zouden we al vroeg ‘naar boven’, naar Vila. Daarna, wist ik, zou ik kloek en kuikens gaan zien. En ja hoor… Ahhhhhhhh, acht kleine kuikentjes in alle kleuren van de regenboog!

We hebben ze die eerste dag lekker in het wild laten zitten. En dinsdagochtend troffen we moeder en kinders aan, op weg naar het kippenhok. ‘Spring dan’, tokte de moederkip tegen de kleintjes boven aan de trap. Jaja, zij had makkelijk praten, als grote kip. We hebben ze even een handje geholpen en de hele familie in één vloeiende beweging naar het opgroeihok verplaatst.

Wat geeft de dag?

“Nooit saai bij jullie”, merkte iemand laatst op. Helemaal waar. Zo donderde vorige week, middenin de nacht, een enorme tak van de amandelboom, zo’n 10 meter naar beneden. Vlakbij ons slaapkamerraam en bovenop het toegangspad. Dus begon de volgende dag voor Erick met meditatief motorzagen. En de mijne met , even meditiatief, de bladeren van de tak plukken en in zakken stoppen: vijf grote zakken geitenvoer!
Ja, inderdaad, zoiets schreef ik laatst ook al. Maar dit was dus de tweede tak in korte tijd… Groter, meer schade, meer geitenvoer en een heleboel brandhout voor de buren. (De vorige is als brandhout naar Appa gegaan, en deze naar Lena). Dit keer raakte de muur van ons toegangspad ontzet, dus prikten Erick en Appa vandaag een dagje om dat weer te fixen. En zo blijven we lekker bezig: nooit saai hier!

Noodslachting

Normaliter is het slachten van een varken hier in Ons Dorp een goed voorbereid feestje. Hulptroepen c.q. feestgangers worden uitgenodigd, boodschappen gedaan en een dag geprikt. Maar gisteren ging dat anders.

Een paar weken geleden is de beer -mannetjesvarken- van Lena gecastreerd. Hij had zijn reproductieve taken volbracht en mocht zich gaan toeleggen op een rustig, voedselrijk bestaan – niet langer gehinderd door onrust-veroorzakende hormonen. Meestal gaat dat goed en knort zo’n varken nog een half jaar vrolijk voort, totdat er op feestelijke wijze een einde aan zijn leven komt. Dat levert een gezellige dag op én money in the pocket vanuit de vleesverkoop; het spaarvarken-principe.
Maar de beer -hij heette Trump, omdat ’t zo’n opgewonden standje was- herstelde zich slecht na de ingreep en toen Lena gisterochtend met z’n ontbijt arriveerde, werd besloten dat hij uit z’n lijden verlost moest worden. Rond een uur of 11 kwam John hier met de slachtmessen, de vraag of we petroleum en scheermesjes hadden, en of ik wilde komen helpen. Nog voordat Erick de messen had geslepen, blies Trump zelf z’n laatste adem uit. Toen was het nog slechts een kwestie van de overige handelingen.

Lena ontmoette ik in tranen. Waarom, vroeg ik. Ze was gehecht aan het dier, verklaarde ze, en het was nooit de bedoeling geweest dat hij op deze manier aan z’n eind zou komen. Dus het werd geen feestje, maar er waren wel hulptroepen aanwezig en iedereen droeg ingetogen het zijne/hare bij. Tegen half 4 ’s middags was de klus min of meer geklaard en ging ik huiswaarts met twee kilo Trump voor eigen gebruik én de kop, om te bewaren in onze diepvries voor ’t nut van ’t algemeen – voor een feestelijke gelegenheid in december.

Ribeira

Tijdens de afgelopen regentijd (de laatste buien vielen in september) is het landschap van de ribeira van Fajã d’Água grondig veranderd. Twee of drie keer regende het zó hard, dat er als vanouds een rivier stroomde: een kolkende massa water met rotsblokken, gruis en zand uit het achterland. Konden tot die tijd auto’s tot onderaan onze trap komen – en zelfs bijna tot aan het huis van Beitu – tegenwoordig komt geen auto verder dan de tweede ‘diek’. Een ‘diek’ is een betonnen dam. Toen zo’n twintig jaar geleden het opborrelende bronwater achterin de ribeira ‘gevangen’ werd in een pompstation, zijn er zware betonnen drempels dwars in de ribeira gebouwd, om tijdens de regentijd het overtollige water geleidelijk naar zee af te voeren. De ribeira is immers ook verbindingsweg-te-voet langs buurtschappen, losse huizen, dorpjes – van Fajã naar ‘boven op het eiland’. Maar dit keer, in 2020, waren de dieks dus niet bestand tegen het natuurgeweld.

Sinds september hebben allerlei mensen handeltjes in bouwmateriaal: stenen, grof zand en fijn zand – alles ligt in afgebakende hopen in de oude rivierbedding. En nu en dan komt een vrachtwagentje een lading ophalen.
Op de linker foto zie je vaag ons (witte) huis tussen de begroeiing rechtsboven. Op de voorgrond de verzameling stenen, slordig met wat witsel besproeit, om aan te geven dat ze van iemand zijn. Op de rechter foto een verzameling fijnzand, door een buurman veilig gesteld.

Inmiddels komen er ook weer planten boven de grond.
Doornappel

Purgeernoot, ook zo’n lekker plantje 😉

Sodomsappel

En de klaroen, of in elk geval een amaranthus familielid

Op deze laatste foto zie je behalve een fraaie amaranthus ook wat er over is van de diek ter hoogte van ons huis, en wat aangespoelde ‘hunebedden’.